Een router aansluiten doe je door hem met een netwerkkabel te verbinden met de modem van je internetprovider, hem aan te zetten en vervolgens je apparaten te verbinden met het wifi-netwerk. In de meeste gevallen ben je binnen tien minuten klaar. Hieronder vind je een duidelijk stappenplan, plus tips voor de juiste plek en veelgemaakte fouten.
Wat je nodig hebt voordat je begint
Controleer voor je begint of je het volgende bij de hand hebt. Je hebt de router zelf nodig, een netwerkkabel (ook wel UTP-kabel of ethernetkabel), de stroomadapter van de router en de modem van je provider. Die modem zit vaak in een kastje dat al door je provider is geïnstalleerd, soms gecombineerd met een router in één apparaat.
Is je provider-kastje al een combinatie van modem én router? Dan kun je een losse router er alsnog op aansluiten, maar dan heb je kans op een zogenaamd dubbel NAT-probleem. Dat kan zorgen voor tragere verbindingen of problemen met bepaalde spelletjes en apps. Zet in dat geval het kastje van je provider in de “bridge mode” of “DMZ-modus”, zodat het alleen als modem werkt. Je provider kan je hierbij helpen.
Router aansluiten: het stappenplan
Volg deze stappen om je router correct aan te sluiten:
- Stap 1: Zoek de modem van je provider. Dit is het kastje waar de internetkabel van buiten binnenkomt. Kijk achterop of opzij naar een poort met het label “LAN” of “Ethernet”.
- Stap 2: Kies een goede plek voor je router. Zet de router zo centraal mogelijk in je woning, bij voorkeur op een verhoging en niet in een kast. Hoe meer muren en obstakels tussen de router en je apparaten, hoe zwakker het wifi-signaal.
- Stap 3: Sluit de netwerkkabel aan. Steek één uiteinde van de netwerkkabel in de WAN-poort van je router (die staat apart van de LAN-poorten, soms rood of anders gekleurd). Steek het andere uiteinde in een LAN-poort van de modem.
- Stap 4: Sluit de stroomadapter aan. Verbind de router met het stopcontact. Wacht tot de lampjes op de router stabiel branden. Dit duurt doorgaans één tot twee minuten.
- Stap 5: Verbind je apparaten. Zoek op je telefoon, laptop of computer het wifi-netwerk van de router. De naam (SSID) en het standaard wachtwoord staan op een sticker op de onderkant of achterkant van de router.
De juiste plek voor je router
De locatie van je router heeft veel invloed op de kwaliteit van je wifi. Zet de router niet op de grond of achter de televisie, want dat blokkeert het signaal sterk. Een positie op een plank halverwege de kamer geeft meestal het beste bereik in meerdere richtingen. Houd de router ook weg van magnetrons, babyfoons en andere apparaten die op de 2,4 GHz-frequentie werken, omdat die storing kunnen veroorzaken.
Woon je in een groot huis of heb je veel muren? Dan is een los access point, een wifi-repeater of een mesh-systeem vaak een betere oplossing dan het verplaatsen van de router. Een mesh-systeem bestaat uit meerdere stations die samen één groot wifi-netwerk vormen, zonder dat het signaal zwakker wordt.
Problemen na het aansluiten
Heeft de router geen internetverbinding na het aansluiten? Controleer dan eerst of de netwerkkabel goed in zowel de WAN-poort van de router als de LAN-poort van de modem zit. Een kabel die er half uithangt is een veelgemaakte fout. Start daarna de modem opnieuw op door hem van het stopcontact te halen, dertig seconden te wachten en hem weer aan te sluiten. Start daarna ook de router opnieuw op.
Branden de lampjes op de router rood of knippert het internet-lampje? Dan is er waarschijnlijk geen verbinding met je provider. Controleer of de modem zelf wel online is door hem direct met een kabel aan je laptop te koppelen. Werkt dat ook niet, dan ligt het probleem bij je provider en niet bij de router.
Beveiliging direct instellen
Verander na het aansluiten meteen het standaard wifi-wachtwoord. De wachtwoorden die fabrikanten standaard instellen zijn vaak hetzelfde voor alle routers van dat model en daarmee makkelijk te raden. Kies een wachtwoord van minimaal twaalf tekens met cijfers, letters en een speciaal teken. Verander ook het standaard beheerderswachtwoord van de router (waarmee je inlogt op de instellingenpagina, meestal via 192.168.1.1 of 192.168.0.1 in je browser).
Zodra alles werkt en je het wachtwoord hebt aangepast, is je router klaar voor gebruik. Lukt het aansluiten niet na bovenstaande stappen, dan is de handleiding van je specifieke router de beste volgende stap. Die staat bij de meeste merken ook als pdf op de website van de fabrikant.
Watdoenwijmet Telecom nieuws, maar dan anders