Wifi 2.4 GHz instellen: zo doe je het stap voor stap

Om wifi in te stellen op 2.4 GHz log je in op je router via de browser en kies je in de draadloze instellingen het 2.4 GHz-netwerk. Hoe dat precies werkt, verschilt per merk en model, maar de stappen zijn bij de meeste routers vrijwel hetzelfde.

Waarom kiezen voor 2.4 GHz?

De meeste moderne routers zenden tegelijk op twee frequenties uit: 2.4 GHz en 5 GHz. Het 5 GHz-netwerk is sneller, maar heeft een kortere reikwijdte. Het 2.4 GHz-netwerk is langzamer, maar bereikt verder en gaat makkelijker door muren en vloeren. Wil je een apparaat aan het einde van de gang of in de tuin verbinden? Dan werkt 2.4 GHz vaak beter.

Oudere apparaten, zoals slimme thermostaten, smart-home gadgets en sommige printers, ondersteunen bovendien alleen 2.4 GHz. Die kun je dus simpelweg niet op 5 GHz aansluiten, ook al zou je dat willen.

Wifi 2.4 GHz instellen via je routerinterface

De instellingen voor 2.4 GHz pas je aan via het beheerpaneel van je router. Volg deze stappen:

  • Open je webbrowser en typ het IP-adres van je router in de adresbalk. Bij KPN-modems is dit vaak 192.168.2.254. Bij andere merken gebruik je meestal 192.168.1.1 of 192.168.0.1.
  • Log in met je gebruikersnaam en wachtwoord. Dit staat vaak op een sticker onder of aan de zijkant van je router. Log je voor het eerst in op een KPN-modem, dan kun je het wachtwoordveld soms leeg laten.
  • Ga naar het menu voor draadloze instellingen. Dit heet afhankelijk van je router “Wireless”, “Wi-Fi” of “Draadloos netwerk”.
  • Kies het 2.4 GHz-netwerk. Sommige routers tonen beide frequenties op één pagina; andere gebruiken aparte tabbladen.
  • Controleer of het 2.4 GHz-netwerk is ingeschakeld. Zet de schakelaar op “Aan” of “Enable” als dat nog niet het geval is.
  • Sla de instellingen op. De router herstart soms kort.

Netwerknaam en wachtwoord aanpassen

Op dezelfde pagina kun je ook de netwerknaam (SSID) en het wachtwoord van het 2.4 GHz-netwerk aanpassen. Het is slim om de 2.4 GHz- en 5 GHz-netwerken een andere naam te geven, bijvoorbeeld “thuisnetwerk-2.4” en “thuisnetwerk-5”. Zo weet je altijd met welk netwerk een apparaat verbonden is, en kun je gericht kiezen.

Kies bij “Beveiliging” of “Security” voor WPA2 of WPA3. Dat zijn de veiligste opties voor thuisnetwerken. Vermijd WEP, want dat is verouderd en eenvoudig te kraken.

Kanaal instellen op 2.4 GHz

Op 2.4 GHz zijn kanalen 1, 6 en 11 de beste keuzes. Deze kanalen overlappen elkaar niet, waardoor je minder last hebt van andere netwerken in de buurt. Staat je router op “Auto”, dan kiest hij zelf een kanaal. Dat werkt prima, maar woon je in een flat of drukke buurt met veel wifi-netwerken? Dan kan het helpen om handmatig kanaal 1, 6 of 11 in te stellen. Zo vermijd je dat je router toevallig op hetzelfde kanaal zit als alle buren.

Apparaat koppelen aan het 2.4 GHz-netwerk

Heb je de instellingen opgeslagen, dan kun je een apparaat verbinden. Zoek op je telefoon, laptop of slim apparaat naar beschikbare netwerken en kies de naam van het 2.4 GHz-netwerk. Vul het wachtwoord in en de verbinding is gemaakt. Sommige apparaten kiezen automatisch het sterkste signaal, dus geef de netwerken verschillende namen om zelf controle te houden.

Lukt inloggen op de router niet, controleer dan eerst of je met het routernetwerk verbonden bent en niet met een mobiele dataverbinding. Werkt het IP-adres niet, kijk dan in de handleiding van je router of zoek het op via de website van de fabrikant.

Over Froukje

Kijk ook

Wifi signaal versterken: de beste oplossingen op een rij

Je wifi signaal versterken doe je door een repeater, mesh-systeem, acces point of powerline adapter …

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *